Kindvriendelijke steden en gemeenten

Op deze website vind je informatie over hoe je bouwt aan een kind- en jeugdvriendelijke stad of gemeente, een lokaal bestuur dat streeft naar de realisatie van alle rechten van het kind zoals omschreven in het Kinderrechtenverdrag.

Sint-Niklaas

"Van UNICEF Solidariteitsstad naar Kindvriendelijke Stad."

Traject doorlopen in 2012. 

Waarom is Sint-Niklaas ingestapt in het project?
"Sint-Niklaas was in 2011 de eerste UNICEF Solidariteitsstad. Als vanzelfsprekend vormden kinderrechten de rode draad langsheen verschillende initiatieven, acties en evenementen die dat jaar werden georganiseerd door de stadsdiensten én verenigingen. De Kinderrechtenconferentie, 'kindvriendelijk lokaal beleid', die we samen met onder andere VVJ op 18 november 2011 organiseerden, betekende het startschot om ‘kindvriendelijkheid’ concreet te maken in het beleid van onze stad. Jeugdbeleid (met ondermeer participatie en ruimtebeleid) was al enkele jaren de ‘tweede peiler’ op de dienst, kinderrechten werden het bindmiddel om verdere bakens te verzetten. Instappen in het proefproject ‘kindvriendelijke steden’ betekende voor ons de concrete vertaling van die ambitie. De thematische doorlichting, het participatietraject en de bevindingen uit het eindrapport waren voor ons leertraject rond kindvriendelijkheid, een waardevolle omgevingsanalyse en de grondslag om beleidsdoelen en actieplannen rond kindvriendelijkheid in de meerjarenplan 2014-2019 concreet te maken. Het traject ‘kindvriendelijke steden’ maakte bovendien de dienst- en domeinoverschrijdende aanpak (tijdelijk) zichtbaar in de organisatie in de vorm van een stuurgroep."

"Het traject was voor ons een waardevolle omgevingsanalyse die de basis vormde voor concrete beleidsdoelen en actieplannen in het meerjarenplan. "

 

Welke drempels kwam je tegen onderweg?
"Er ontstond af en toe een misvatting over het behalen van ‘het label’. In tegenstelling tot andere labels bekroont dit label een strategie rond ‘kindvriendelijkheid’ en wil het een leertraject of stappenplan errond zichtbaar maken. Het is geen bekroning voor een behaald resultaat.

Behalve binnen de jeugddienst bleek het niet evident om de aandacht voor kindvriendelijkheid op een structurele manier te verankeren. Tijdens het project werkte een domeinoverschrijdende werkgroep graag mee. In het zetten van de volgende stap, deze werkgroep bestendigen en/of kindvriendelijkheid op strategisch niveau in onze organisatie inbedden, kregen we niet meteen voet aan de grond door verschillende andere veranderingsprocessen in onze organisatie. Ondertussen is er wel duidelijkheid: vanuit de beleidsondersteunende cel (stafdienst) wordt mee aan de kar van kindvriendelijkheid getrokken en kindvriendelijkheid wordt ingebed in een van de vier structurele transversale werkgroepen ‘participatie’. Op de jeugddienst gebeurt de praktische opvolging en de uitwerking van verschillende projecten."

Wat heb je zelf gedaan, wat onder begeleiding?
"Het project werd opgevolgd door het diensthoofd van de jeugddienst. De procesbegeleiding gebeurde bij de pilootsteden door de VVJ. Vooraf werd een model-traject uitgetekend, dat op samenkomsten met de andere pilootsteden of op maat werd bijgestuurd. Zowel in dit ‘finetunen’ van het traject, het maken van afspraken en het rapporteren werd gedurende de hele doorlooptijd aanzienlijk wat tijd geïnvesteerd. Kiezen voor een traject rond kindvriendelijkheid betekent sowieso ‘tijd investeren’. Dit neem je er niet zomaar bij. Doordat dit een pilootproject is verliep niet alles even gestroomlijnd of efficiënt. Maar dat namen we er graag bij.

Concreet was in de eerste fase (doorlooptijd ongeveer vier maanden) van het traject een medewerker (diensthoofd of deskundige participatie) van de jeugddienst minstens 1 dag/week aan het werk voor het project met onder andere een presentatie op het managementteam, self-assessment bij de stedelijke administratie, focusgroepen bij de jeugdraad en de professionele en vrijwillige omgeving van kinderen en jongeren.

De gedeeltelijke uitbesteding van de inspraakmomenten maakte het project een stuk haalbaarder. 

 

De tweede fase bestond hoofdzakelijk uit het participatief traject bij kinderen, jongeren en hun omgeving. In Sint-Niklaas kozen we ervoor om deze opdracht uit te besteden aan Vivès vzw. Dit betekende niet dat we dit volledig uit handen gaven. De praktische en creatieve uitwerking gebeurde door hen, de jeugddienst bleef verantwoordelijk voor organisatie van alle inspraakmomenten. Het scheelde echter een slok op een borrel. In deze periode werkten we immers ook aan de voorbereiding van het meerjarenplan (onder andre met een omgevingsanalyse). De verwerking en het opmaken van een afgewerkt einddocument gebeurde door VVJ, waarbij er verschillende revisierondjes plaatsvonden zodat het document zowel door ons stadbestuur als VVJ werd gedragen."