Kindvriendelijke steden en gemeenten

Op deze website vind je informatie over hoe je bouwt aan een kind- en jeugdvriendelijke stad of gemeente, een lokaal bestuur dat streeft naar de realisatie van alle rechten van het kind zoals omschreven in het Kinderrechtenverdrag.

Hasselt

"Een kindvriendelijk beleid is een beleid dat goed is voor iedereen, het is maatschappijvriendelijk!"

Traject doorlopen in 2012

Waarom is Hasselt ingestapt in het project?
Valerie Del Re, schepen van jeugd: "De motivatie om in te stappen in het pilootproject kindvriendelijke steden en gemeenten kwam er naar aanleiding van de visitatiecommissie van het stedenfonds op 3 mei 2011. Kindvriendelijkheid werd als 'toetssteen voor een warme, open samenleving’ door het Hasselts beleid op de agenda geplaatst. Het thema werd toen scherp onder de loep genomen en de visitatiecommissie formuleerde een aantal aanbevelingen zoals een onderbouwde aanpak van het thema kindvriendelijkheid. Het ideale tijdstip om in te tekenen op de projectoproep van de VVJ."

Wie was voor jullie cruciaal om mee te hebben in het project?
Belinda Kimpen, jeugddienst: "
De cruciale spelers zijn het stadsbestuur en het managementteam. Zij moeten het thema uitdragen zonder te vervallen in een verdediging van de doelgroep ‘het kind’. Vanuit de overtuiging dat de ‘kindbril’ zorgt voor een goed beleid voor iedereen. Zij moeten diverse betrokkenen (intern en extern aan de stad) ervan overtuigen dat het opzetten van je ‘kindbril’ een goede toetssteen is voor een verantwoord maatschappelijk beleid. Het gevaar is echter dat deze stelling/visie heel snel wordt geïnterpreteerd als verdediging van ‘het kind’ en niet de bredere samenleving. Het gaat om een specifieke visie die de kernspelers moeten begrijpen en steunen. Een duidelijk engagement van hen is dan ook een minimumvereiste om te starten."

 Welke drempels kwam je tegen onderweg?
Belinda Kimpen, jeugddienst:
 "Het overtuigen van de kernspelers en het hen ook werkelijk laten doorleven was een drempel. Nog niet iedereen is daadwerkelijk overtuigd van de visie en/of heeft de kernboodschap goed begrepen. Hier moet je als jeugddienst voldoende tijd in (blijven) in investeren. 

De aanbevelingen uit het rapport verder concretiseren is zeer omvangrijk en divers. Een goede tijdsinschatting en planning van de trekker, bij ons de jeugddienst, is noodzakelijk. Voor heel wat diensten betekent werken aan kindvriendelijkheid extra werk. En het vraagt dan ook extra inzet om het thema en de visie ook daadwerkelijk te laten leven bij de collega’s. Een concreet uitgewerkt voorstel waar de betreffende dienst mee aan de slag kan wordt sneller opgepikt dan de vraag om zelf aan de slag te gaan met de ‘kindbril’."

"Het is de bedoeling om een gedeelde visie rond kindvriendelijkheid uit te dragen. Acties kunnen daarbij helpen, maar mogen niet het enige doel zijn."

 

Valerie Del Re, schepen van jeugd: "Concrete successen kunnen helpen maar vragen extra tijd vanuit de trekkersrol. Ook al zijn het stadsbestuur en het managementteam overtuigd, de uitvoerende ambtenaren moeten er ook de meerwaarde van inzien en eraan meewerken. Het is ook niet de bedoeling om kindvriendelijkheid uit te dragen in concrete projecten, het gaat om een gedeelde visie. Laat je dus niet verleiden om enkele leuke acties op te zetten. Ze kunnen helpen maar mogen niet het enige doel zijn."

Welke kansen bood het project jullie?
Belinda Kimpen, jeugddienst: "
De onderzoeksaanpak van het thema kindvriendelijkheid en de cijfermatige onderbouw zijn een troef die je kan uitspelen. Diensten vroegen het onderzoek op en/of verwezen naar de resultaten.

Naast kwantitatieve gegevens verzamelde de jeugddienst ook kwalitatieve gegevens. Het belevingsonderzoek zorgde ervoor dat we als jeugddienstmedewerkers de hort op gingen en kinderen en jongeren zelf aan het woord lieten. Dit gaf heel wat inzichten en deed ons ‘verwonderen’ (in de positieve zin).

In Hasselt werkten we voor het belevingsonderzoek samen met diverse partners. Zo deden we voor de methodiekbepaling een beroep op Villa Basta en het Centrum voor Informatieve Spelen en konden we voor het vinden van kinderen en jongeren een beroep doen op een aantal Hasseltse scholen, buitenschoolse kinderopvanginitiatieven, vrijetijdswerkingen van Arktos, Babbeldoos… Deze samenwerking werd zeer positief ervaren en zorgde ervoor dat we elkaar ontdekten als partners en tot concretere actiepunten konden komen. Bijv. samenwerking met Villa Basta met betrekking tot de Basta Bende." 

Wat heb je zelf gedaan, wat onder begeleiding?
Belinda Kimpen, jeugddienst:
 "Voor fase 1 leverde VVJ de vragenlijst aan. Als jeugddienst stuurden wij deze rond en motiveerden we de diensten om deze in te vullen. VVJ verwerkte de resultaten van de enquête en bestaand cijfermateriaal. Onder begeleiding van VVJ hebben we focusgroepen opgezet met kinderen en jongeren, stadsdiensten, middenveld en jeugdraad. Voor de controlegroepen organiseerde de jeugddienst de gesprekken en zorgde VVJ voor de vragenlijst. 

Voor fase 2, het belevingsonderzoek, werkte de jeugddienst drie methodieken uit, Villa Basta en het Centrum voor Informatieve Spelen elk één. VVJ analyseerde de gegevens en werkte de aanbevelingen uit."

Het proces brengt noden en behoeften naar boven en de cijfers geven je een meetbaar resultaat.

 

Waarom zouden jullie andere steden en gemeenten aanraden om mee te doen?
Belinda Kimpen, jeugddienst: "
Het is een zeer leerrijk en informatief proces. Je gaat back to basics en zet de kinderen en jongeren van je gemeente centraal. Het belevingsonderzoek zorgt ervoor dat je de vinger aan de pols houdt. Het maakt een aantal zaken duidelijk en zichtbaar: de nood aan avondlijnen, bloemen in de openbare ruimte, dat een skateramp ook een glijbaan is, … De resultaten zorgen ervoor dat je cijfermatig een aantal zaken kan aantonen.

Het eindresultaat is een krachtig instrument omdat het naast kwantitatieve gegevens ook kwalitatieve gegevens bevat die je kunnen sterken in het realiseren van een aantal zaken die niet jij als dienst maar die kinderen en jongeren zelf als belangrijk aanduiden."